recensie

mei 31, 2016

in English

Kleur, gevoeligheid en levenslust

Over het werk van Rineke Kop

 

Vrijheid is iets moois, denken velen, vaak zonder te beseffen wat dat werkelijk inhoudt. Werkelijke vrijheid is namelijk moeilijk te bereiken. Er zijn zoveel aangeleerde gewoontes die ons in de weg staan om echt vrij te zijn.Beeldend kunstenaar Rineke Kop genoot eind jaren zeventig een zeer klassieke academische opleiding aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Daarna was zij jaren bezig de grote mate van discipline en kunde die haar was bijgebracht van zich af te schudden, op zoek naar de losse en informele abstractie die ze al jaren binnenin zich voelde werken. Gaandeweg ontdekte ze de zelfstandige kracht van kleur. Het vermogen van kleur om, als één rijk muzikaal akkoord, een heel schilderij te bepalen en te dragen: de sfeer, de gebaren en de compositie.

Wanneer je kijkt naar haar huidige werk, dan komt het inderdaad over als gedragen door kleur: atmosferisch met hier en daar spontane, ongepolijste gebaren. Dat geldt met name voor de doeken die ze direct vanuit haar gevoel maakt. Er spreekt gevoeligheid en levenslust uit de mysterieuze composities en de prachtige kleurcombinaties.Aan het recente werk zie je dat de losse, improviserende stijl van werken inmiddels een deel van haarzelf is geworden. Zozeer zelfs dat het een soort toetssteen is. Het is namelijk uitermate belangrijk dat elk nieuw werk iets onbepaalds en onvoorspelbaars blijft behouden. In zo’n sterke mate dat de vraag “is dit af?” onlosmakelijk met het werk verbonden is geraakt. Hoe frustrerend – of misschien prikkelend – dit ook is voor de gemiddelde kijker.

Tijdens het werken staat voor Rineke Kop niet het eindproduct centraal, maar op een zeer principiële manier het proces. Het gaat haar dan om het ervaren van de wisselwerking van kleuren, materialen en gebaren met haarzelf. Het is alsof de grenzen tussen haar, als maker, en het schilderij, als het gemaakte, voor even oplossen, zodat er een onderling geven en nemen kan ontstaan van indrukken, ervaringen en aanzetten tot handelen. Dat geeft haar schilderijen die kenmerkende lyrische en poëtische uitstraling.

Het is echter niet alleen het maken dat voor Kop principieel een open proces is. Ze gaat nog verder. Ook het kijken naar het werk is, wat haar betreft, een even open en vloeiend proces. Binnen dat dynamische en open kijken, wordt je als kijker uitgenodigd om je af te vragen of dit werk af is en wat “af zijn” eigenlijk is. Ook echter of het werk wellicht meer spreekt wanneer het op z’n kop of z’n kant gezet wordt. En, wanneer het twee- en drieluiken betreft, of de verschillende onderdelen daarvan in een andere combinatie mogelijk zijn en misschien ook onderling verwisseld kunnen worden. Waarom zou het niet kunnen? Welke wet stelt dat het niet kan? Het gaat om het telkens openen en verruimen van het kijken en het schilderen, met andere woorden, het open en fris houden van waarnemen en handelen.

Fundamenteel voor Rineke Kop is om, elke keer dat ze schildert, ruimte te scheppen voor een levende totaliteit, een zich uitbreidende ervaring van voelend, waarnemend én handelend aanwezig zijn. Misschien moet je zeggen, een veld van voelen, waarnemen en handelen. Dat maakt de grondslag van haar werk tot een heel wezenlijke vorm van geven, namelijk zijn als een vorm van geven. Werken met figuratie of heel uitgesproken vormen is daarom hiermee in tegenspraak, omdat vorm en figuratie iets opsluit in plaats van het te openen. Wat juist wel alle ruimte biedt om te openen en te vloeien, zijn kwaliteiten als kleur, waterigheid, transparantie, onvoorspelbare dragers en een vrije, ongebonden motoriek.Het is zeker niet zo dat Kop met deze werkwijze “maar wat doet”. Iedereen die wel eens heeft geschilderd, beseft dat de uitdaging juist heel groot is om, volkomen zonder enig houvast, wat er komt te laten gaan. Iets verfraaien of naar een doel toewerken, is zo veel makkelijker. Deze werkwijze vereist een grote mate van ontvankelijkheid en het vermogen om ontspannen aanwezig te blijven, zonder te vervallen in bedoelingen of ‘kunstigheid’.

Een sleutelelement binnen deze manier van werken is de aandacht te laten zinken in haar lichaam. En dan niet haar lichaam als studieobject, maar haar lichaam als de ervarende ‘binnenkant’ van de werkelijkheid, de binnenzijde van een veld van waarnemen en handelen. Wanneer Kop op deze manier aanwezig kan zijn, dan ontstaat er een diepe spontaniteit waar ze alleen maar getuige van kan zijn wanneer ze deze toelaat om te handelen.

Het tekent haar kwaliteit en ervaring als kunstenaar dat ze uit dit proces kan stappen om kritisch afstand te nemen en, als het schilderij nog niet goed is, er zo weer in kan stappen. Hoe open en vloeiend ze het ontstaansproces ook laat, het is al kijkend dat ze beslist wanneer het schilderij z’n optimale zeggingskracht heeft bereikt, zodat het voltooid is, terwijl het de vrijheid en gevoeligheid behoudt die haar werk zo herkenbaar maakt.

 

 

Vincent Botella